Reisverslag
Naoual,
24 juni 2008
Egypte
Cairo
Achter het stuur zat een vrome moslimman, zo leek het wel. Zijn baard bedekte half zijn gezicht en op zijn voorhoofd had hij een lichte bidplek. Aan zijn spiegel hing een kralen ketting en op zijn dashboard lag een koran, waarvan de kaft verkleurd was door de zon, bedolven onder het stof.
Vriendelijk vertelde hij dat hij wist waar die moest zijn, maar toen hij om de prijs vroeg wist ik al hoe laat het was. Twintig pond en hij zou ons afzetten bij het busstation. Daar gingen we niet mee akkoord, een middenweg was er niet eens, want een discussie over de prijs wat amper mogelijk. Dus de taxi chauffeur zette ons een paar meter verder uit zijn auto. Daar stonden we dan, een paar meter verder van waar we twee minuten eerder instapten.
We waren op weg naar het busstation om kaartjes te kopen voor een busreis naar Siwa. Wanneer er een bus zou vertrekken wisten we niet, dus het kon zomaar zijn dat we de dag erna of misschien wel twee dagen later zouden vertrekken. Toen het ons alsnog was gelukt om bij het busstation te komen en naar de vertrektijden vroegen, vertelde de man dat er diezelfde avond om 19:45 uur een directe bus zou vertrekken. We hadden nog ongeveer drie uur om onze spullen te pakken en ons klaar te maken voor een lange reis, die volgens de kaartjesverkoper maar liefst acht uur zou duren.
Siwa is een dorpje in de westelijke woestijn, ongeveer 80 km ten oosten van de Libische grens. Het plaatsje lijkt al eeuwen lang onveranderd gebleven. De straatjes waren voornamelijk bebouwd met kleine lemen huisjes en het verkeer bestond grotendeels uit ezels die karren trekken. Vrouwen vertonen zich in plaatselijke traditionele burka’s: grijs-blauwe doeken, borduurd met gekleurde patronen op het hoofd en de mannen vertoonden zich allen in een gallabia. De omgeving is royaal begroeid met palmbomen en kent een aantal waterbronnen, waar de mensen van leven. In het dorpje zelf zijn nog overblijfselen te vinden uit de tijd van Alexander de Grote. Naar het schijnt vroeg hij hier aan god Amon om een bevestiging, dat hij de zoon van Zeus was. en op ‘Mountain of the death’ zijn oude graven te vinden uit het oud-Egyptische en Grieks-Romeinse tijdperk.
Uiteindelijk duurde de reis twaalf uur en kwamen we rond acht uur in de ochtend aan op het busstationnetje in Siwa, waar we werden opgepikt door Ahmed. Een jongenman van 28 jaar, gekleed in een beige gallaba, die ons naar het hotel zou brengen. We volgden hem naar het hotel en vervolgens naar onze kamer, waar we nog even tot rust wilden komen van de lange reis. Ik sloot even mijn ogen, maar de vermoeidheid kon de hitte niet overwinnen. Niet veel later zaten we te ontbijten in de grote tuin van het hotel, die gevuld was met palmbomen. Het ontbijt werd verstoord door een invasie vliegen. Een tweetal roodharige katten kwamen ons vergezellen en op de achtergrond was het gebalk van ezels te horen. Het was tevens tijd om de planning door te nemen: De eerste dag zou beginnen met een fietstocht door het dorp en een trip door de Libische woestijn. De tweede dag zouden we zes uur ’s ochtends vertrekken om verschillende bronnen en oude overblijfselen te bezichtigen.
De zon bereikte zijn hoogste punt en brandde hevig op mijn huid. Al zonder enige inspanning liep het zweet liep langs mijn hele lichaam. Wat bezielde ons om in die hitte op de fiets te stappen om het dorp te verkennen. De lokale bewoners keken ons aan alsof we gek waren. Behalve wij, liepen er nog wat ezels over straat karren te trekken. De meeste bewoners schuilden in hun lemen huisjes voor de zon, wat het plaatsje een verlaten dorp liet lijken. We hadden duidelijk de temperatuur onderschat. Dus we draaiden ons na een paar honderd meter weer om en leverden de fietsen weer in.
Ik plofte op bed in mijn hotelkamer en na een kort middagdutje vertrokken we richting de woestijn. Ik had geen idee wat ik ervan moest verwachten, behalve een hoop zand en een hete zon. Het was werkelijk waar prachtig wat ik daar zag. Gouden zandduinen tot in de verste verte van het fijnste zand. We hebben er tot zonsondergang rondgereden. Tussendoor waren we gestopt bij onder andere een meertje en een waterbron, waar we wat thee hadden gedronken. De verleiding was groot om het water in te gaan, zelfs met mijn kleren aan, maar het gevaar lopen op een vreemde ziekte ontweek ik liever. Ik heb lekker in het warme zand gelegen en genoten van de namiddag zon, maar vooral van de vreedzame stilte die er heerste. Het was er zó stil, dat ik het geruis in mijn oren kon horen. Echt bizar.
Om maar over de zonsondergang te zwijgen. Terwijl ik op een zandheuvel lag te genieten van de zon die langzaam achter de horizon verdween en hem kleurde in verschillende rood-oranje tinten, genoot ik tegelijk nog een laatste keer van de stilte in de woestijn en haar schoonheid.
5.30 uur volgende ochtend: Mijn wekker ging en vanuit het kleine raampje hoorde ik hanen hun ochtendritueel uitvoeren. Het gekraai duurde enkele minuten en niet veel later stond ik al klaar om de zon te zien opkomen bij het zoutmeer. Op sommige plekken was het meer al opgedroogd en lag er slechts een laag zout op een droge modder ondergrond. De temperatuur was nog aangenaam, maar naarmate de zon steeds hoger ging staan, voelde ik de hete zonnestralen weer op mijn armen branden. Vanuit het zoutmeer vertrokken we weer verder om verschillende bronnen en bezienswaardigheden te bezichtigen. Het meest onder de indruk was ik van de heet water bron, die je zag verdampen van de warmte. Het water was zo simpel, puur en zuiver, dat ik het nauwelijks kon bevatten. Ik dacht hierin lekker te kunnen pootje baden op deze mooie vroege ochtend, maar het water was warmer dan ik had verwacht.
De historische overblijfselen van de stad waren afgebrokkelde resten. Omdat ze op een hoog punt lagen, kon ik ver over het dorpje kijken en genieten van de contrasten van de zand kleurige rotsen en groene natuurgebieden. De middag brak aan en om de heetste uurtjes van de dag te ontwijken, keerden we weer terug naar het hotel. Daar ploften we wederom op bed en brachten de tijd slapend door.
Om 17 uur zou de bus naar Cairo weer vertrekken. Ik had al meerdere keren met een bus gereisd in Egypte, en alle keren was het een redelijke bus geweest. Dus ook van deze bus had ik hoge verwachtingen. Het viel echter vies tegen. De beenruimte was minimaal, de airco werkte amper en de stoelen kletterden bij iedere hobbel. En alsof dat niet erg genoeg was hing er ook nog een muffige zweetlucht in de bus. In Alexandrië zouden we in de nacht overstappen op een andere bus. Deze leek in eerste opzicht veel beter, maar ook tijdens deze rit zat ik de hele rit ongemakkelijk, de airco stond dit keer veel te laag en de buschauffeur was één stuk arrogante chagrijn.
Al met al ben ik blij dat ik deze reis gemaakt heb. Ik heb er geen seconde spijt van gehad. Het was het allemaal waard. Zelfs die lange heen en terug reis.
Foto's bij reisverslag

Reageer op dit reisverslag

Net als Naoual naar Egypte?
Stel je reis naar Egypte op maat samen bij KILROY travels. Dé reisspecialist voor jongeren, studenten en backpackers.
Plan je reis naar Egypte
Menu
Profiel


Fotoboek
Blijf op de hoogte
Ja, ik wil direct een e-mail ontvangen na elk nieuw reisverslag!
Mijn e-mailadres:
Via je mobieltje op de hoogte blijven van elk nieuw reisverslag? Stuur een sms
START FOLLOWING NAOUAL ON
naar 1008.
(€ 0,55 p.o.b. max.1 per dag. Lees de voorwaarden)
Nieuws
Dit dagboek heeft in totaal 14124 pageviews en is onderdeel van WaarBenJij.Nu
